Droge ogen
Wat zijn droge ogen?
Droge ogen ontstaan wanneer het traanvocht in hoeveelheid of kwaliteit onvoldoende is om het oogoppervlak goed te bevochtigen. Hierdoor kunnen de ogen geïrriteerd, branderig of vermoeid aanvoelen, soms met een gevoel van zandkorrels of wazig zicht.
De traanfilm bestaat uit drie lagen:
• Waterlaag – bevochtigt het oog.
• Lipidenlaag – afkomstig van de meibomklieren in de ooglidranden; beschermt tegen verdamping.
• Mucine – zorgt dat de tranen goed hechten aan het hoornvlies.
Een tekort of disbalans in één van deze lagen kan leiden tot droge ogen, met klachten die variëren van mild tot ernstig, en zowel tijdelijk als chronisch kunnen zijn.
Welke typen droge ogen bestaan er?
1. Verminderde traanproductie
De traanklieren maken te weinig vocht aan. Dit komt bijvoorbeeld voor bij ouderdom, hormonale veranderingen of auto-immuunziekten zoals het syndroom van Sjögren.
2. Te snelle verdamping (evaporatief droog oog)
Wanneer de olie van de meibomklieren onvoldoende wordt uitgescheiden of verdeeld (meibomklierdysfunctie, MGD), verdampt het traanvocht sneller en blijft het oog onvoldoende beschermd.
3. Reflextranen
Bij irritatie kan het oog veel waterige tranen produceren. Deze tranen zijn echter van lage kwaliteit en verhelpen het onderliggende probleem niet.
4. Onstabiele traanfilm door onregelmatige oogoppervlakken
Aandoeningen van hoornvlies of bindvlies kunnen de verdeling van de traanfilm verstoren, waardoor droge plekken ontstaan.
Wat doet een optometrist bij de diagnose?
1. Intake en klachtenanalyse
In een uitgebreid gesprek bespreekt de optometrist klachten zoals branderigheid, tranen, wazig zicht, irritatie of vermoeidheid, en de impact hiervan op het dagelijks leven.
2. Klinisch onderzoek
Met een microscoop (spleetlamp) worden onder andere onderzocht:
Oogleden en wimpers (bijv. blefaritis, functioneren van de meibomklieren)
Tranenlaag (structuur en verdeling)
Traanafvoersysteem
3. Metingen van de traanfilm
De optometrist kan verschillende metingen doen, zoals:
Schirmer-test – meet de hoeveelheid traanvocht.
Fluoresceïne- of NIBUT-test – beoordeelt de stabiliteit van de traanfilm.
Meibomklieronderzoek – via expressie of meibografie (bij gespecialiseerde praktijken).
Zo wordt vastgesteld of de klachten vooral te maken hebben met te weinig traanproductie, een instabiele traanfilm of te snelle verdamping.
Wat kan een optometrist doen?
Op basis van de oorzaak wordt een persoonlijk behandelplan opgesteld. Mogelijke maatregelen zijn:
• Advies en leefstijlaanpassingen
Bijvoorbeeld regelmatige pauzes bij beeldschermwerk, bewust knipperen, een bril gebruiken in droge of geklimatiseerde ruimtes, of een luchtbevochtiger inzetten.
• Kunsttranen
Druppels die het oog bevochtigen en comfort geven; verkrijgbaar in verschillende samenstellingen, afhankelijk van de behoefte.
• Ooglidhygiëne en warme compressen
Bij blefaritis of MGD kunnen warme kompressen en reiniging van de ooglidranden de kwaliteit van de olie verbeteren en ontsteking verminderen.
• Punctumpluggen
Kleine stopjes in de traanpunten om te voorkomen dat tranen te snel wegvloeien bij een tekort aan traanproductie.
• Geavanceerde behandelingen
In gespecialiseerde centra zijn er mogelijkheden zoals IPL (Intense Pulsed Light) of BlephEx om de meibomklierfunctie te verbeteren of ontstekingen te behandelen.
• Escalerende zorg
Bij hardnekkige klachten kan de behandeling worden uitgebreid, bijvoorbeeld met medicatie, speciale contactlenzen of verwijzing naar een oogarts.